Sint-Oedenrode ís bijna letterlijk Gebr. van Stiphout, want ze bouwden overal. Ook ver buiten de dorpsgrenzen. Voor een jubileuminterview werden we uitgenodigd bij vader en zoon aan tafel. Het werd een sprong terug in de tijd, een les in ondernemend overlevenen het betuigen van respect over en weer. Een gesprek vol interessante quotes waar verhalen achter schuil gaan. 

Gerard: “Sjaak belde. We kunnen voor ons zelf beginnen. ‘Hoe dan?’ vroeg ik. We hadden geen geld! Niets!”

Sjaak van Stiphout was elf jaar ouder dan Gerard. Hij lag daarom iets voor in zijn ervaring. Sjaak was uitvoerder toen Gerard nog verder wilde leren. Hij kon dat immers goed. Toch werd daar een stokje voor gestoken. Gerard moest van zijn ouders naar de ambachtsschool, heel normaal in die tijd. Zo belandde hij als timmerman op de bouw bij zijn broer. Gerard vond dat leuk, maar hij wilde meer. Vijf jaar lang ging hij drie avonden per week naar school. Zo haalde hij zijn papieren voor assistent-uitvoerder, assistent-opzichter, uitvoerder en aannemer. Samen met zijn ervaring in timmeren legde dat de basis voor de rest van zijn leven. Op een dag kregen Gerard en Sjaak een mooie kans. Van Toon de Koning hoorden ze dat het bouwbedrijf waarmee hij samenwerkte failliet was gegaan. Volgens Sjaak was dit dé kans om in te stappen. Gerard ging naar Toon en van hem kreeg hij de mogelijkheid om te laten zien wat hij in huis had. “Reken dit maar eens uit”, zei Toon tegen Gerard toen hij de tekeningen liet zien van acht nieuwe woningen aan de Berkstraat. Dat lukte Gerard en daarna hielp Toon hem met de eerste stappen, ook financieel. Uiteindelijk werkten de broers vele jaren samen. In 1991 stapte Sjaak uit het bedrijf en ging Gerard alleen verder. In 2009 overleed Sjaak.”

Gerard: “Het was dag en nacht werken.”
Wie een bedrijf begint zal het beamen. Een eigen zaak is altijd hard werken, maar vooral in het begin. Dan moet alles vanaf de grond worden opgebouwd. Dat was voor Gerard niet anders. Hij stond zelf dagelijks op de bouw, maar regelde ook de inkoop en hield zich bezig met de administratie. In de eerste jaren bouwden ze ongeveer de helft van Boskant. Onder andere de Populierenlaan en de Hazelaarstraat werden door Gerard en Sjaak gezet. Na een jaar of vijf stond Gerard overdag niet meer op de bouw. Hij ging zich ook toeleggen op het ontwikkelen van projecten. Dat werd toen nog niet veel door aannemers zelf gedaan.

Gerard: “We zijn altijd heel vooruitstrevend geweest.”
Daarmee doelt Gerard onder andere op wat hij hier boven alschetst. Hij zag dat er kansen lagen in het ontwikkelen van projecten. Zijn eerste volledige project - van ontwikkeling tot zelf bouwen - was aan de Koninginnelaan. Gerard kocht daar een stuk grond en ging er aan de slag. Dat zag de gemeente graag. Als Gerard het te druk had besteedde hij zijn rekenwerk wel eens uit aan Vervoort in het Everse. Die nam door de jaren heen flink wat calculatieklussen over. Niet veel later kreeg Gerard hulp van een meer futuristische orde. Hij kocht een computer. Een IBM, die nu nog steeds een ereplekje heeft in het huidige kantoor van Van Stiphout op de Kampen. De computer nam veel werk over en dat scheelde ontzettend veel uren! 

Gerard: “Ik heb altijd geprobeerd om te zorgen dat we werk genoeg hadden. Ik was daar altijd mee bezig. Altijd!”
Nu komen we op een punt waarop vader en zoon ontzettend veel op elkaar lijken. De bereidheid om alles voor de zaak over te hebben. We hebben allemaal nog de crisis in gedachten van tien jaar geleden, maar eind jaren tachtig was er ook een flinke crisis. Door hard te werken, door slim te investeren, goede contacten te leggen en door financieel klappen op te kunnen vangen is Gerard die periode door gekomen. Daarbij heeft ook Ahrend nog een rol gespeeld. Het andere oer-Rooisebedrijf gunde Van Stiphout een immense renovatieklus die jaren in beslag nam. Regeren is vooruit kijken. Dat heeft hij door de jaren heen overduidelijk aan zijn zoon meegegeven.

Jeroen: “Als kleine jongen stond ik op de foto met een heipaal.”
Wanneer je geboren wordt als zoon van een ondernemer is het niet per definitie zo dat je de zaak overneemt. Ten eerste moet je de kwaliteiten hebben, maar je moet het ook willen. Daar heeft Jeroen nooit aan getwijfeld. Het bouwbloed stroomde door zijn aderen. Zo’n foto als kleine jongen bij een heipaal zegt meer dan duizend woorden. Jeroen heeft altijd de ambitie gehad om het pad van zijn vader te volgen. Zijn loopbaan is vrijwel identiek. Ook Jeroen heeft op de bouw gestaan en hij haalde dezelfde papieren als zijn ouweheer. Toch deed hij eerst zes jaar elders ervaring op. Hij moest leren hoe het op een ander was. Net als Gerard, kreeg ook Jeroen een soort van vuurdoop. Van pa kreeg hij in 1996 papieren op tafel gegooid onder het mom van ‘laat maar eens zien wat je kunt’. Het werd het eerste project van de opvolger: 21 jongerenwoningen.  

Jeroen: “Ik heb altijd alle ruimte gekregen. Toen ik het bedrijf overnam, heeft ons pap zich er nooit meer mee bemoeid.” 
In 2001 nam Jeroen het bouwbedrijf over. Op dat moment werd de zaak opgesplitst in twee onderdelen: projectontwikkeling en bouw. Gerard stortte zich op de eerste tak van sport. De projecten die hij binnenhaalde, liet hij door zijn zoon uitvoeren. Zo maakten ze elkaar sterker en sterker. Wat veel ondernemers niet kunnen, is zich afzijdig houden van waar de opvolger mee bezig is. Volgens Gerard was het helemaal niet moeilijk om zich er niet meer mee te bemoeien. Hij heeft altijd het volste vertrouwen gehad in zijn zoon en zag dat het goed ging. Er was gewoonweg geen reden voor enige bemoeienis. Ondertussen bouwde Jeroen de zaak verder en verder uit tot een grote speler in de regio en ver daarbuiten. Inmiddels zijn er bouwprojecten gerealiseerd van Utrecht tot Maastricht, maar natuurlijk ook dichtbij. De Rooise Gaard en de Heikant zijn de Rooise paradepaardjes. De omzet groeide van 7 miljoen in 2001 tot ongeveer 65 miljoen in 2018.

Jeroen: “We hebben veel geld mogen verdienen, maar dat is altijd in het bedrijf gestopt. Dat zorgde er voor dat wij in de crisis juist groeiden.”
Wanneer er een crisis uitbreekt zoals in 2008, dan volgt de bouw altijd een paar jaar later. In 2012 barstte de hel los in deze sector. Maar Van Stiphout was er klaar voor. In de jaren ervoor is bewust rekening gehouden met een eventuele dip. Zakelijke beslissingen zijn daarop gebaseerd. Dat zorgde er voor dat het Rooise bouwbedrijf juist armslag had toen veel concurrenten en collega’s omvielen. Van Stiphout nam enkele van die bedrijven over. Vader en zoon van Stiphout hebben er vanaf dag 1 bewust voor gezorgd dat het bedrijf uiteindelijk financieel niet afhankelijk is van anderen. Daardoor kan het ook de volgende storm overleven. Sterker nog. De eerste opdrachten worden alweer uitgezet voor 2021.  

Gerard: “Natuurlijk ben ik trots”
Gerard is nog heel lang als projectontwikkelaar bezig geweest, maar nu rust hij welverdiend op zijn lauweren. Samen met broer Sjaak heeft hij een echt familiebedrijf opgebouwd. Tot op de dag van vandaag is dat nog voelbaar op de werkvloer. Bij familiebedrijven hangt nu eenmaal een andere sfeer dan bij de mega-bouwconcerns. Bouwbedrijf van Stiphout is tegenwoordig ook van grote omvang en dat maakt het extra knap dat het professionele gecombineerd wordt met het familiaire. Gerard toont zich in ieder geval hartstikke trots en dat wordt iedere keer versterkt als er weer een mooi project wordt binnengehaald. En Jeroen? Die gaat met het hele bouwbedrijf onverstoorbaar verder met een blik op de toekomst. Ondernemen is immers vooruitkijken.  

copyright Jeroen van de Sande | DeMooiRooiKrant | 2 oktober 2019